Geschiedenis 2017-03-27T12:39:13+00:00

De Stoomfabriek: een beknopte geschiedenis

bhegbertsGelegen aan de oever van de Vecht was de voormalige Stoomcichoreifabriek perfect geplaatst voor het produceren van Cichorei. De aanvoer van de cichoreiwortels kon per boot en aan water voor de stoommachines was ook geen gebrek.

De Witte Villa en de Stoomcichoreifabriek werden in de 60er jaren van de 19e eeuw gebouwd toen Berend Hendrik Egberts, een jonge ondernemer uit Winterswijk, op zoek was naar een geschikte locatie om zijn fabriek uit te breiden. Het ging de fabriek voor de wind tot er in 1929 een felle brand kwam die nauwelijks geblust kon worden door een bevroren Vecht als gevolg van de ongebruikelijk strenge vorst dat najaar.

cichoreifabriek_1920xlow_12Cichorei is een plant die tegenwoordig bekender is dan witlof. In de 19e eeuw waren het de wortels waarvoor de plant werd geteeld. De wortels werden geroosterd en vermalen, om zo een koffieachtige drank te krijgen.
Tot kort na de Tweede Wereldoorlog was Cichorei een populair alternatief voor koffie en werd het veel gedronken. Door het tekort aan koffie in de Tweede Wereldoorlog en de praktijk om de Cichorei te mengen met gemalen eikels kreeg het drankje een slechte naam, na 1950 wilde dan ook niemand het meer drinken.

In 1948 werd de fabriek verkocht aan de firma Buisman. Hierna ging het bergafwaarts, de productie werd eerst naar India verplaatst en in 1965 werd de productie in Dalfsen stilgelegd. Na een periode, deels als gemeentehuis, en een periode van leegstand, zijn nu de Stoomfabriek en de Directeursvilla uit de as herrezen en zorgen zij voor een heel ander soort bedrijvigheid aan de Vecht: een avondje theater voorzien van heerlijk eten en drinken!


Dalfsen had al eerder een theater: op Buitenplaats Gerner

De Stoomfabriek is het nieuwe theater van Dalfsen, maar zeker niet het eerste. Dat stond in de jaren negentig namelijk op Buitenplaats Gerner. En de toenmalige campingeigenaren waren daarmee hun tijd vooruit. De huidige eigenaar van kindercastingbureau en theater- & beeldproductiebedrijf Xapp, Bjorn Zillen, werkte er namelijk vanaf het begin aan mee. In 1991 solliciteert de dan zestienjarige Dalfsenaar naar een baan bij de technische dienst van de net gestarte buitenplaats. Allerlei klusjes en reparaties, en toezicht houden in het zwembad.

Hij maakt al snel deel uit van het recreatieteam, en wel van de werkgroep theater. Met een klein team met uiteenlopende achtergronden krijgt hij de vrije hand in het behoorlijk goed geoutilleerde theater dat op de camping is gerealiseerd. Tegenwoordig zie je dat vaker, maar toen was dat allerminst vanzelfsprekend. Ze waren daarmee één van de eersten in Nederland waren. Ze hadden het goed voor elkaar: een mooie zaal van ruim honderd zitplaatsen, een mooi podium met goed licht en geluid. Een beetje zoals de Stoomfabriek nu.

In de vakantieperiodes werkt het team toe naar voorstellingen die door de deelnemende kinderen werden uitgevoerd in het ‘Grand Theatre’, zoals het vanaf 1994 in de folders wordt aangeprezen. In totaal drie stukken in de zomervakantie, met elke week een andere  voorstelling, zodat het altijd nieuw was, ook voor campinggasten die drie weken bleven. Het recreatieteam moest zorgen dat de kinderen de voorstellingen in een week onder de knie kregen. Het was niet superveel tekst, maar toch was het intensief. Zondagochtend beginnen en dan donderdagavond de voorstelling. Kinderen werden echt ondergedompeld in de theaterwereld. Het gaat enkele jaren voorspoedig, maar uiteindelijk zou Buitenplaats Gerner als camping rond de eeuwwisseling failliet gaan. Het theater blijft nog even bestaan, maar eind 2002 valt toch het doek na de laatste voorstelling. Het theater stond op de plek waar nu de sauna van Kontrast is gesitueerd.


En ook een theater bij de haven: het amfitheater

Er is zelfs vanaf 1997 even sprake van een openluchttheater langs de Vecht. Dit theater werd het amfitheater genoemd en was gesitueerd tussen de parkeerplaats van het gemeentehuis en de haven in. Leden van Scouting Dalfsen hebben in opdracht van de gemeente het theater, dat bestond uit houten banken, geplaatst. Het theater heeft plaats gemaakt voor de nieuwbouw van het gemeentehuis. Door het gebrek aan activiteiten is er besloten om geen nieuw openluchttheater te realiseren.

“Een theater aan het water? Ja hoor, het kan!”

Toen ik medio 2004 in de gemeente Dalfsen kwam wonen, organiseerden ze speciaal voor mij – vast niet, maar zo voelde het wel een beetje – een bijzonder concert van mijn favoriete Nederlandse zangeres.  Margriet Eshuijs speelde tegen zonsondergang met haar band op een ponton bij het haventje. Een sfeervolle muzikale gebeurtenis, die aardig illustreerde wat de kade en de rivier voor culturele mogelijkheden boden. Muziekvereniging Excelsior herhaalde dat kunststukje in recentere jaren nog een paar keer, maar het wordt pas echt genieten nu Dalfsen een eigen theater aan het water krijgt. Dat had ik ruim tien jaar geleden niet voor mogelijk gehouden. Niet eens durven dromen, want zoiets leek niet haalbaar voor een kleinere gemeente, en bovendien bood het nabijgelegen Zwolle voldoende cultureel vertier. Maar nu het er toch van komt, kijk ik er naar uit. Niks leukers dan een prachtige voorstelling bijwonen, nog wat natafelen en daarna gewoon lopend of op de fiets naar huis.

Toegegeven, ik kijk er ook wel een beetje kritisch naar. Want hoe gaat dat theater zich ontwikkelen, en kan het straks allemaal wel uit? Door slim gebruik te maken van allerhande subsidiemogelijkheden blijven de aanloopkosten voor Dalfsen beperkt. Maar de praktijk moet straks uitwijzen of er – mede door een stevige horecapoot en sponsoring van het lokale bedrijfsleven – een haalbare exploitatie kan worden neergezet. Ik heb me ook wat verwonderd over het beperkte aantal zitplaatsen: zo’n 125. Toegegeven, als kleinere gemeente moet je geen jas aantrekken die veel te ruim over je schouders valt, maar het lijkt nadelig voor je inkomsten. Daar hoop ik dus maar het beste van.
Wel denk ik dat de optredende artiesten zich thuis gaan voelen in zo’n intieme setting. In een vorig leven in de Randstad heb ik enige tijd de pr gedaan voor een klein theater in Papendrecht. Een klein theater? Het was niet meer dan de aula van een middelbare school, die in de weekends voor dit doel werd gebruikt. Maar juist door die charmante bescheidenheid en de minimale afstand tot het publiek kwamen ook de grootste artiesten er graag. Ik herinner me hoe iemand als Youp van ’t Hek na een try-outvoorstelling nog uren bleef napraten. Zoiets wens ik De Stoomfabriek ook toe: dat de grote namen die binnenkort gaan komen – mij vielen vooral Mathilde Santing en Michiel Borstlap op – straks de wereld vertellen hoe gezellig het is, daar in Dalfsen.

Hans Keesmaat